RAPPORT LINDENBERGH

lindenbergh

Compensatie na seksueel misbruik van minderjarigen

Advies aan de Bisschoppenconferentie en de Konferentie van Nederlandse Religieuzen

20 juni 2011
Commissie Lindenbergh

Inhoudsopgave
1 Inleiding
1.1 Het advies 1
1.2 De Commissie 1
1.3 Oorspronkelijke opdracht, rapportage Commissie Deetman, aangepaste opdracht 1
1.4 Horen slachtoffers 2
1.5 Wensen slachtoffers 2
1.6 Beperkingen 2
1.7 De Regeling 3
1.8 Implementatie en evaluatie 4
1.9 Verantwoording 4
2. Tekst van de Regeling 5
3. Toelichting op de Regeling
3.1 De aard van de compensatie 9
3.2 De rechthebbenden 9
3.3 De betrokken Rkk instelling 10
3.4 De categorieën 10
3.5 De hardheidsclausule 10
3.6 Het bewijs van seksueel misbruik 11
3.7 De procedure 12
3.8 Samenstelling Compensatie Commissie 13
3.9 Van uitspraak naar betaling 13

1. Inleiding

1.1 Het advies

Dit advies strekt tot het in het leven roepen van een regeling voor het bieden van financiële compensatie aan slachtoffers van seksueel misbruik tijdens hun minderjarigheid waarbij daders behorende tot instellingen van de Rooms katholieke kerk in Nederland betrokken waren. Het advies bevat naast deze inleiding (1.) de tekst van de regeling (2.) en een toelichting op de regeling (3.).

1.2 De Commissie

De Commissie Lindenbergh (hierna de Commissie) bestaat uit Prof. mr. S.D. Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht te Rotterdam (voorzitter), mevrouw mr. J. Meyst-Michels, advocaat te Utrecht en mr. J. Wildeboer, advocaat te Rotterdam. De Commissie is in opdracht van de Bisschoppenconferentie van de Rooms katholieke kerk in Nederland en van het bestuur van de Konferentie van Nederlandse Religieuzen (KNR) werkzaam geweest sinds november 2010.

1.3 Oorspronkelijke opdracht, rapportage Commissie Deetman, aangepaste opdracht

De oorspronkelijke opdracht aan de Commissie was voorlichting aan de Bisschoppenconferentie en aan het bestuur van de KNR ten aanzien van juridische aspecten rondom seksueel misbruik van minderjarigen waarbij daders behorende tot instellingen van de Rooms katholieke kerk in Nederland betrokken waren.

Op 9 december 2010 heeft de Commissie Deetman een voorlopig rapport uitgebracht. De Commissie Deetman beveelt bisschoppen en hogere oversten onder meer aan om verantwoordelijkheid te nemen voor het door seksueel misbruik veroorzaakte en bij velen aangedane leed en bij de vraag naar financiële compensatie een beroep op verjaring niet leidend te laten zijn. De Commissie Deetman dringt er op aan dat de Commissie Lindenbergh zo spoedig mogelijk voor alle geledingen binnen de Rooms katholieke kerk aanbevelingen doet voor de wijze van afhandeling van schadevergoeding en compensatie (hierna compensatie). Voor de Commissie Deetman is denkbaar dat in het belang van klagers die om compensatie vragen, aan deze klagers een collectieve regeling wordt aangeboden waarbinnen naargelang de ernst van de gegrond verklaarde klacht kan worden gekozen voor differentiatie, zodat met individuele verschillen en belangen kan worden rekening gehouden. Het bovenstaande leidde tot een aanpassing van de opdracht van de Commissie Lindenbergh. Het van de Commissie verlangde advies zou nog slechts een keuze moeten behelzen voor en een omschrijving van een collectieve compensatieregeling, met een korte toelichting waar dat nuttig zou zijn.

1.4 Horen slachtoffers

De Commissie heeft deze gewijzigde opdracht aanvaard onder mededeling dat zij voorafgaande aan enige keuze voor en vormgeving van een compensatieregeling contact zou willen hebben met slachtoffers ten einde op het punt van genoegdoening hun gedachten te vernemen. Eind april 2011 heeft de Commissie slachtoffers uitgenodigd om per e-mail deze gedachten kenbaar te maken. Er zijn circa 200 e-mailreacties ontvangen. Op 11 mei 2011 heeft de Commissie in een bijeenkomst in Den Haag gesproken met slachtoffers, waaronder vertegenwoordigers van slachtoffergroepen, en goede nota genomen van hun gedachten over genoegdoening.

1.5 Wensen slachtoffers

Veel van de via e-mail of in Den Haag gehoorde slachtoffers hebben grote behoefte geuit aan een erkenning van het hun aangedane leed en aan excuses. In deze erkenning en excuses waren de daders en de betrokken kerkelijke instellingen volgens hen tot dusverre tekortgeschoten. Een zeer groot deel van de slachtoffers wenst ook een financiële genoegdoening, zij het dat er grote diversiteit is geconstateerd ten aanzien van de vorm of omvang waarin die zou moeten worden gerealiseerd. Een symbolische vergoeding zou het niet moeten zijn – die zou slechts kwetsen – maar overigens liepen de gedachten uiteen van een gelijk bedrag voor alle slachtoffers of een compensatie naargelang de ernst van het misbruik, tot maatwerk en volledige schadevergoeding per slachtoffer. Aan het bewijs van het seksueel misbruik en van de schade zouden geen hoge eisen mogen worden gesteld. Verjaring zou geen rol mogen spelen. De beslisinstantie over schadevergoeding zou geheel onafhankelijk moeten zijn van de kerk.

1.6 Beperkingen

Het bleek de Commissie zowel uit ontvangen e-mails als tijdens de bijeenkomst in Den Haag dat nogal wat slachtoffers niet alleen lijden onder de gevolgen van seksueel misbruik maar ook onder andere gedragingen binnen met name Rkk scholen/internaten, zoals vernedering of fysieke straffen. De opdracht aan de Commissie is beperkt tot het adviseren over een regeling tot genoegdoening na seksueel misbruik (van minderjarigen). Het advies van de Commissie is alleen daarop gericht, niet (ook) op genoegdoening in verband met andere gedragingen. De opdracht aan de Commissie is bovendien beperkt tot het ontwerpen van een regeling voor financiële compensatie. De Commissie is zich ervan bewust, en heeft dat ook uitdrukkelijk onder de aandacht van haar opdrachtgevers gebracht, dat ten behoeve van genoegdoening financiële compensatie alleen ontoereikend is. De daders van seksueel misbruik en de Rkk instellingen betrokken bij die daders zullen op het punt van hulpverlening, waarheidsvinding, erkenning en excuses met empathie en wijsheid hun eigen opstelling moeten bepalen. De Commissie geeft daarbij in overweging dat de wijze waarop een regeling inzake financiële compensatie door slachtoffers zal worden gewaardeerd, zal afhangen van de wijze waarop aan andere elementen van genoegdoening zoals hiervoor genoemd uiting wordt gegeven.

Het advies betreft alleen de hierna beschreven – buitengerechtelijke – wijze van afwikkeling. De advisering heeft geen betrekking op eventueel in te nemen standpunten in individuele geschillen die, buiten de voorgestelde regeling om, aan de rechter worden voorgelegd. In zulke geschillen is het aan de betrokken individuele partijen om hun posities te bepalen.

1.7 De Regeling

Het advies houdt in om met de hierna opgenomen regeling (de Regeling) inzake financiële compensatie te voorzien in een onafhankelijke compensatie commissie (Compensatie Commissie), die met een voor de betrokken Rkk instelling bindende uitspraak in individuele gevallen een compensatiebedrag vaststelt volgens een categorie-indeling. Deze Regeling bouwt in het belang van een vlotte afwikkeling voort op vaststelling van het misbruik en de aard daarvan door een andere instantie of door erkenning zoals in de Regeling is omschreven. Bij de vormgeving van de Regeling heeft de Commissie op verschillende punten een middenweg gezocht tussen enerzijds een oriëntatie op het (Nederlandse) recht en anderzijds het zo veel mogelijk vermijden van juridische complicaties en het voorkomen van juridisering, steeds ter bevordering van een voor de slachtoffers zo min mogelijk belastende procedure. Zo is gekozen voor een buitengerechtelijke afwikkeling volgens een zo eenvoudig mogelijke procedure voor een van de Rooms katholieke kerk onafhankelijke instantie. Voorts heeft de Commissie zich bij de keuze voor de bedragen in de categorieën 1-4 mede laten inspireren door in Nederland in gevallen van seksueel misbruik door de rechter toegewezen smartengeldbedragen. Verjaring en complexe aansprakelijkheidsvragen zijn in de Regeling geen beletsel voor compensatie. Tevens is getracht kwesties van bewijs met betrekking tot causaliteit en schadeomvang beheersbaar te houden. Gelet op deze aspecten en op de verhouding tussen de bedragen in de verschillende categorieën is gekozen voor een maximering van de compensatie in categorie 5. Belangrijke kenmerken van de Regeling zijn:

a. een financiële compensatie gerelateerd aan de ernst van het misbruik volgens een categorie-indeling met vaste of begrensde compensatiebedragen binnen vijf categorieën
b. vaststelling van het compensatiebedrag door een van de Rooms katholieke kerk onafhankelijke beslisinstantie
c. in gevallen waarin het misbruik en de aard ervan reeds is vastgesteld
d. een korte procedure, in de meeste gevallen met vaststelling zonder nader onderzoek naar schadeomvang en causaal verband
e. verweermogelijkheden voor de betrokken Rkk instelling alleen in geval van een categorie 5-procedure
f. geen beroep op verjaring onder de Regeling
g. geen beroep op ontbreken van aansprakelijkheid aan de zijde van de betrokken Rkk instelling
h. collectieve financiële verantwoordelijkheid van Rkk instellingen
i. betaling zonder voorwaarde van finale kwijting door slachtoffers
j. geen mogelijkheid van hoger beroep.

1.8 Implementatie en evaluatie

De Commissie adviseert haar opdrachtgevers om de Regeling zonder reserve te aanvaarden, de in de Regeling genoemde Compensatie Commissie op zo kort mogelijke termijn te installeren, en financiële middelen zodanig beschikbaar te (doen) maken en houden dat volledige en vlotte nakoming van de uitspraken van de Compensatie Commissie in alle gevallen is verzekerd.

Gelet op het belang van onafhankelijkheid van de Compensatie Commissie adviseert de Commissie deze onder te brengen in een stichting naar burgerlijk recht die los staat van de Rooms katholieke kerk in Nederland. De Commissie geeft in overweging de Regeling voor een periode van bijvoorbeeld vijf jaren open te stellen en om vervolgens, na evaluatie, te bezien of voortzetting geïndiceerd is.

1.9 Verantwoording

De werkwijze van de Commissie is hiervoor omschreven. De leden van de Commissie hebben geen bestuurlijke banden met de Rooms katholieke kerk. Mr. Meyst-Michels en mr. Wildeboer staan als advocaat instellingen van de Rooms katholieke kerk incidenteel bij. De Commissieleden gelden als adviseurs van hun opdrachtgevers maar hebben voorafgaande aan hun opdracht onafhankelijkheid bedongen ten aanzien van de totstandkoming en inhoud van hun advies. De Commissie heeft voorts met haar opdrachtgevers afgesproken dat zij haar advies integraal zal publiceren.

2. Tekst van de Regeling

Artikel 1
Een ieder die als minderjarige seksueel is misbruikt door een persoon verbonden aan een Rkk instelling in Nederland heeft onder deze regeling (hierna: de Regeling) aanspraak op een financiële compensatie naar billijkheid. Zij die een beroep doen op compensatie onder de Regeling worden hierna aangeduid als aanvragers. Toegang tot de Regeling is voor aanvragers kosteloos.

Artikel 2

De Regeling geldt ongeacht of een vordering tot schadevergoeding is verjaard. Beroep op de Regeling staat ook open voor aanvragers die eerder een financiële compensatie van de dader of de bij de dader betrokken Rkk instelling ontvingen zonder dat zij daartegenover de dader of de betrokken Rkk instelling finale kwijting gaven, zij het dat eerder ontvangen bedragen op de compensatie onder de Regeling in mindering worden gebracht.

Artikel 3
Er bestaan vijf categorieën van financiële compensatie:
1. in geval van seksueel getinte handelingen of uitlatingen waardoor de lichamelijke of geestelijke integriteit werd geschonden, anders dan handelingen bedoeld in de hierna volgende categorieën: compensatie tot € 5.000;
2. in geval van betasting van intieme delen: compensatie van € 7.500;
3. in geval van een langere periode van betasting van intieme delen, afhankelijk van frequentie, zwaarte en bijkomende omstandigheden: compensatie tussen € 10.000 en € 20.000;
4. in geval van eenmalige tot enkele malen verkrachting: compensatie van € 25.000;
5. in uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik of in gevallen bedoeld in categorieën 3 en 4 waarin de vermogensschade van de aanvrager door het seksueel misbruik substantieel is en het causaal verband tussen het seksueel misbruik en die schade niet aan gerede twijfel onderhevig is: compensatie tot een maximum van € 100.000.

Artikel 4
Het bewijs van seksueel misbruik, van de aard daarvan en van relevante bijkomende omstandigheden kan onder de Regeling uitsluitend worden geleverd voorafgaande aan het verzoek tot compensatie door overlegging van:
- een gedateerd stuk bevattende een schriftelijke erkenning door de dader van het gepleegde misbruik, de aard daarvan en de bijkomende omstandigheden, aan de echtheid waarvan de Compensatie Commissie niet twijfelt;
- een gedateerd stuk bevattende een schriftelijke erkenning van het gepleegde misbruik, de aard daarvan en de bijkomende omstandigheden door de bij de dader betrokken Rkk instelling aan de echtheid waarvan de Compensatie Commissie niet twijfelt;
- een door de aanvrager en de dader of de bij de dader betrokken Rkk instelling voor akkoord ondertekende verklaring over het gepleegde misbruik, de aard daarvan en de bijkomende omstandigheden als uitkomst van een door hen doorlopen bemiddelingstraject, voorzien van een datum en mede ondertekend door de bemiddelaar, met vermelding van diens naam en adres;
- een schriftelijk advies van de Beoordelings- en Adviescommissie (BAC) van de Landelijke Instelling Hulp en Recht waarin de klacht gegrond werd verklaard;
- een in kracht van gewijsde gegaan, op tegenspraak gewezen Nederlands strafvonnis;
- een in kracht van gewijsde gegaan, op tegenspraak gewezen Nederlands civielrechtelijk vonnis, niet zijnde een uitspraak in kort geding of een uitspraak in een deelgeschil.

Artikel 5
De categorie indeling en vaststelling van het compensatiebedrag geschieden door een Compensatie Commissie. Deze staat organisatorisch en inhoudelijk los zowel van de Rooms katholieke kerk in Nederland als van de Landelijke Instelling Hulp en Recht. Uitspraken van de Compensatie Commissie binden de betrokken Rkk instelling in Nederland.

Artikel 6
De Compensatie Commissie kan aan partijen alle inlichtingen vragen die zij nodig acht, inlichtingen met betrekking tot eerder ontvangen vergoedingen wegens seksueel misbruik of inlichtingen in verband met de verkrijging of de echtheid van het overgelegde bewijs daaronder begrepen.

Artikel 7
De waardering van het overgelegde bewijs van seksueel misbruik, van de aard daarvan en van de bijkomende omstandigheden met het oog op categorie indeling geschiedt op basis van schriftelijke stukken.

Artikel 8
Indien de aanvrager in aanmerking komt voor indeling in categorie 3 of 4, maar verzoekt om indeling in categorie 5 wegens de omvang van zijn vermogensschade, geschiedt de indeling in categorie 5 op voorlopige basis.

Artikel 9
In alle gevallen van indeling in categorie 5 krijgt de aanvrager gelegenheid om de omvang van zijn vermogensschade en het causaal verband tussen het seksueel misbruik en die schade toe te lichten. Deze toelichting geschiedt in beginsel schriftelijk. De bij de dader betrokken Rkk instelling wordt op deze punten gelegenheid gegeven tot verweer.

Artikel 10
In alle gevallen van indeling in categorie 5 kan de Compensatie Commissie verlangen dat de aanvrager zich onderwerpt aan medische of psychologische expertise door deskundigen als door de Compensatie Commissie aangewezen. De kosten van deze expertise worden voorgeschoten door de Compensatie Commissie en komen ten laste van de betrokken Rkk instelling.

Artikel 11
De Compensatie Commissie kan een aanvrager die voorlopig was ingedeeld in categorie 5 definitief indelen in categorie 3 of 4 indien door haar wordt vastgesteld dat de omvang van zijn vermogensschade en/of gerede twijfel aan het causaal verband handhaving in categorie 5 niet rechtvaardigen.

Artikel 12
In alle gevallen van een definitieve indeling in categorie 5 komen de redelijke kosten van rechtsbijstand van de aanvrager gemaakt in de procedure onder deze Regeling voor vergoeding door de betrokken Rkk instelling in aanmerking, tot een maximum gelijk aan 15% van de toe te wijzen compensatie. De kosten van verweer aan de zijde van de betrokken Rkk instelling blijven in alle gevallen voor rekening van die instelling.

Artikel 13
Erfgenamen onder algemene titel hebben te zamen binnen categorieën 1 tot en met 4 van de Regeling 50% van de aanspraken van het overleden slachtoffer. Zij hebben geen toegang tot categorie 5. Andere rechtverkrijgenden dan erfgenamen onder algemene titel kunnen onder de Regeling geen aanspraken doen gelden.

Artikel 14
De Compensatie Commissie stelt met inachtneming van het vermelde in de Regeling en het bij de Regeling behorende advies van de Commissie Lindenbergh haar eigen reglementen en procedures vast.

Artikel 15
De interpretatie van de Regeling is voorbehouden aan de Compensatie Commissie. De Compensatie Commissie houdt bij haar interpretatie van enig onderdeel van de Regeling rekening met een eventuele toelichting daarop in het bij de Regeling behorende advies van de Commissie Lindenbergh

Artikel 16
De leden van de Compensatie Commissie oordelen als goede vrouwen/mannen naar billijkheid, zij het dat van het gestelde in de Regeling niet kan worden afgeweken.

Artikel 17
De uitspraak geschiedt schriftelijk. Een toewijzende uitspraak wordt door de Compensatie Commissie gelijktijdig toegezonden aan aanvrager, betrokken Rkk instelling en Rkk waarborginstantie. Betaling van de compensatie dient te geschieden binnen zes weken na de uitspraak.

3. Toelichting op de Regeling

3.1 De aard van de compensatie

De compensatie die onder de Regeling kan worden verkregen, is een tegemoetkoming naar billijkheid in de schade door seksueel misbruik. In een aantal gevallen zal de compensatie de schade dekken, in een aantal gevallen zal dat niet zo zijn. Dat hangt samen met het werken met vaste bedragen of bedragen binnen een zekere marge die voor groepen slachtoffers gelijk zijn. Er is binnen de verschillende categorieën van de Regeling gestreefd naar gemiddeld redelijke maximum compensatiebedragen.

De compensatie binnen categorieën 1 tot en met 4 heeft het gemengde karakter van smartengeld en vergoeding voor uitgaven in verband met het seksueel misbruik, zoals therapiekosten of reiskosten. Binnen deze categorieën behoeft bewijs van schade niet te worden overgelegd. De compensatie binnen categorie 5 heeft het gemengde karakter van smartengeld, vergoeding voor daadwerkelijke uitgaven en vergoeding voor eventueel verlies aan arbeidsvermogen als gevolg van het seksueel misbruik. Binnen deze categorie kan bewijs van schade wel nodig zijn.

3.2 De rechthebbenden

De rechthebbenden onder de Regeling zijn aangeduid in artikel 1 van de Regeling. Het in dat artikel bedoelde seksueel misbruik is in de Regeling niet gedefinieerd. Uit de omschrijving van gevallen die kwalificeren voor categorie 1 van de Regeling blijkt echter de betekenis. Die is ruim. De omschrijving sluit aan bij de omschrijving van seksueel misbruik in artikel 2.1 van de Procedure bij klachten van seksueel misbruik van Hulp en Recht.

Ook erfgenamen kunnen onder de voorwaarden vermeld in de Regeling daarop een beroep doen, maar de aan hen te betalen compensatie zal 50% lager liggen dan de compensatie die aan het slachtoffer zelf zou zijn toegevallen. De verklaring daarvoor is onder meer het persoonlijke karakter van de compensatie voor zover die gezien kan worden als smartengeld. Bovendien geldt dat de vermogensschade als gevolg van het misbruik door het slachtoffer bij leven is geleden, en niet na zijn leven (direct) door zijn erfgenamen. Categorie 5 staat voor erfgenamen niet open. De reden daarvoor is gelegen in het voorgaande maar ook in de na overlijden toegenomen bewijsproblemen die de procedure onaanvaardbaar complex zouden maken. Overlijdt het slachtoffer na de uitspraak van de Compensatie Commissie maar voor de uitbetaling, dan kunnen de erfgenamen aanspraak maken op de compensatie vermeld in de uitspraak. Er is dan sprake van een verkregen recht dat gewoon vererft.

3.3 De betrokken Rkk instelling

In de Regeling wordt een aantal malen gerefereerd aan de bij de dader van het seksueel misbruik betrokken Rkk instelling. Daarmee wordt gedoeld op de Nederlandse Rkk instelling waarvan de dader ten tijde van het misbruik een betaalde of onbetaalde functionaris was of op het bisdom, de orde of de congregatie van de bisschop, militair ordinarius of overste in Nederland waarvoor de dader ten tijde van het misbruik op basis van zending werkzaamheden verrichtte in een niet kerkelijke instelling. Met deze uitleg is aangesloten bij artikel 2 van de statuten van Hulp en Recht.

3.4 De categorieën

Binnen categorieën 1 en 3 vallen qua aard, zwaarte en frequentie zeer uiteenlopende gevallen van seksueel misbruik, zodat binnen die categorieën is gekozen voor marges waarbinnen de uitkering kan worden vastgesteld rekening houdende met alle omstandigheden van het geval. Onder intieme delen in categorieën 2 en 3 worden verstaan geslachtsdelen, anus en (bij meisjes) borsten. De betasting van de intieme delen moet van seksuele aard zijn geweest. Betasting in deze categorieën omvat betasting door of van de dader en betasting door of van het slachtoffer.

De reikwijdte van het begrip verkrachting binnen categorie 4 dient door de Compensatie Commissie bepaald te worden. In geval het seksueel misbruik valt binnen verschillende categorieën, geldt alleen de hoogste categorie. Voor uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik is er categorie 5. Bij uitzonderlijke gevallen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een langere periode van verkrachtingen, groepsverkrachting of ander zeer ernstig seksueel misbruik met blijvende lichamelijke schade. De uitleg en afbakening van het begrip uitzonderlijke gevallen is aan de Compensatie Commissie.

De bedragen in de categorieën zijn – mede – georiënteerd op de door de Commissie onderzochte door de Nederlandse rechter in gevallen van seksueel misbruik toegewezen smartengeldbedragen. In de afgelopen tien jaren lagen deze tussen € 500 en – in een zeer uitzonderlijk geval – € 36.000. Daarnaast is in elke categorie rekening gehouden met aanwezigheid van enige vermogensschade.

3.5 De hardheidsclausule

Met de hardheidsclausule wordt gedoeld op categorie 5 van de Regeling. Die categorie geldt behalve voor de uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik ook voor de slachtoffers die gelet op de ernst van het seksueel misbruik vallen in categorieën 3 of 4, maar die wegens de ernstige financiële gevolgen van dat misbruik voor een uitzonderingspositie in aanmerking komen. Van ernstige financiële gevolgen is sprake indien de vermogensschade door het seksueel misbruik substantieel is, bijvoorbeeld ten minste gelijk is aan het compensatiebedrag uit categorie.

4. De precieze invulling van het begrip substantieel is aan de Compensatie Commissie. Over het causaal verband tussen aanwezige substantiële vermogensschade en het seksueel misbruik dient geen gerede twijfel te bestaan. Die twijfel kan onder meer bestaan indien de vermogensschade eerder een gevolg lijkt van andere oorzaken dan van het seksueel misbruik.

Binnen categorie 5 gelden de voorwaarden van het zonder gerede twijfel aanwezig zijn van substantiële vermogensschade en causaal verband niet voor de uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik. Gezien de bijzondere ernst van het misbruik, en omdat substantiële schade als gevolg van het misbruik in dit soort gevallen voor de hand ligt, moet de Compensatie Commissie hier veel ruimte hebben om een hogere compensatie toe te kennen. Het is echter denkbaar dat de Compensatie Commissie, bijvoorbeeld naar aanleiding van gemotiveerd verweer van de kant van de bij de dader betrokken Rkk instelling, enig bewijs van (gestelde) schade omvang en causaal verband ook in deze uitzonderlijke gevallen toch geleverd wil zien.

Categorie 5 kent een plafond van € 100.000. De keuze voor het bedrag op dit punt is tot op zekere hoogte willekeurig, maar is ingegeven door de verhouding tussen de bedragen in de verschillende categorieën. Kosten van rechtsbijstand kunnen boven dat bedrag worden vergoed (artikel 12).

3.6 Het bewijs van seksueel misbruik

Het bewijs van seksueel misbruik en van de aard daarvan moet voorafgaande aan een beroep op compensatie onder de Regeling al zijn vergaard. Bij de aanvraag om compensatie dient het bewijs te worden overgelegd. De Compensatie Commissie zal de Regeling niet snel en gemakkelijk kunnen toepassen – zoals beoogd – indien zij bestaan en aard van het seksueel misbruik nog zou moeten onderzoeken. Het zou ook het risico op tegenstrijdige uitspraken (ten opzichte van de klachtprocedure van Hulp en Recht of rechterlijke uitspraken) in de hand werken.

Bewijs kan worden gevonden in en/of bijeen worden gebracht via stukken als in artikel 4 van de Regeling genoemd. Het in artikel 4 genoemde bemiddelingstraject kan ook leiden tot een erkenning door de dader of de betrokken Rkk instelling, maar is afzonderlijk genoemd om deze mogelijkheid onder de aandacht te brengen.

De Commissie geeft in overweging om aan hen die bij Hulp en Recht een klacht indienden onder toepassing van het vóór 1 januari 2008 geldende processuele regiem van deze instelling, de mogelijkheid te geven van een nieuwe behandeling bij Hulp en Recht. De Commissie wijst in dit kader op de volgens de Commissie Deetman onterechte beperkingen van dit regiem.

Het staat aanvragers vrij om bewijs te leveren door een vonnis van de civiele rechter. Indien de procedure wordt beperkt tot uitsluitend bewijslevering met het oog op een beroep op de Regeling, kan deze procedure worden gezien als een voortraject tot een beroep op de Regeling en dient de aangesproken Rkk instelling zich in die procedure op verjaring of het ontbreken van kwalitatieve aansprakelijkheid niet te beroepen. Als de procedure in rechte tevens op het verkrijgen van schadevergoeding is gericht, bepaalt de aangesproken partij haar eventuele verweren geheel zelf.

Een procedure op tegenspraak als aan het slot van artikel 4 bedoeld, is een procedure waarin de dader van het seksueel misbruik en/of de bij de dader betrokken Rkk instelling als (al dan niet mede) gedaagde partij is verschenen.

Klagers kunnen in geval van een procedure bij Hulp en Recht juridische bijstand krijgen die door Hulp en Recht wordt betaald. De procedure bij Hulp en Recht is ook kosteloos. Indien iemand kiest voor bewijslevering binnen een civiele procedure, zijn de kosten van een advocaat en van de procedure (griffiegeld) voor rekening van het slachtoffer zelf (afgezien van een mogelijke proceskostenveroordeling). De mogelijkheid van bewijsgaring via een civiele procedure kan ondanks de kosten aantrekkelijk worden gevonden door hen die menen dat Hulp en Recht onvoldoende waarborgen voor onafhankelijkheid biedt, ook als de aanbevelingen van de Commissie Deetman tot verbetering van de procedure binnen Hulp en Recht zijn uitgevoerd.

Indien binnen de procedure van Hulp en Recht seksueel misbruik is vastgesteld en een verzoek tot schadevergoeding is gedaan, brengt artikel 19.4 van de Procedure bij klachten van seksueel misbruik van Hulp en Recht mee dat de bisschop, militair ordinarius of overste het BAC advies overhandigt aan een commissie ter bepaling van de hoogte van die vergoeding. De tussenkomst van de bisschop, militair ordinarius of overste als voorzien in dit artikel 19.4 mag er niet toe leiden dat het slachtoffer geen toegang krijgt tot de Regeling.

3.7 De procedure

De Commissie voorziet dat de procedure onder de Regeling een aanvang neemt door toezending aan de Compensatie Commissie van een ingevuld aanvraagformulier voorzien van bewijsstukken van seksueel misbruik als in de Regeling genoemd. Het aanvraagformulier dient door de Compensatie Commissie te worden ontworpen. Het zelfde geldt voor de (standaard)brief waarin de Compensatie Commissie een beroep op de Regeling aan de in het aanvraagformulier genoemde Rkk instelling meedeelt.

Toepassing van de Regeling geschiedt op basis van schriftelijke stukken, met een mogelijke uitzondering in categorie 5 gevallen. De Compensatie Commissie kan partijen wel vragen stellen (artikel 6). Vragen kunnen ook zijn opgenomen in het aanvraagformulier respectievelijk de mededelingsbrief aan de Rkk instelling. Te denken valt bijvoorbeeld aan vragen met betrekking tot eerdere schadevergoeding en eventueel reeds gegeven finale kwijting. Invulling van het aanvraagformulier en beantwoording van vragen kunnen geschieden door de aanvrager zelf. Kosten van rechtsbijstand komen in de categorieën 1 tot en met 4 niet voor vergoeding in aanmerking. Is er sprake van onvoldoende bewijs van seksueel misbruik, dan dient de aanvraag te worden afgewezen. Is er bewijs van seksueel misbruik, dan volgt categorie indeling door de Compensatie Commissie zo spoedig als maar mogelijk is.

De betaling door de Compensatie Commissie van kosten van expertise bij wege van voorschot op grond van artikel 10 van de Regeling is slechts mogelijk indien de Compensatie Commissie gelden beschikbaar heeft. Die zullen namens Rkk instellingen op voorhand verschaft moeten worden.

De procedure eindigt met een schriftelijke uitspraak. De Compensatie Commissie bepaalt in geval van een toegewezen compensatie de wijze van toezending van de uitspraak met oog voor de privacy van het betrokken slachtoffer. In geval van afwijzing van de aanvraag wordt de uitspraak alleen aan de aanvrager toegezonden. Hoger beroep staat niet open.

Voor het overige dient de procedure door de Compensatie Commissie te worden bepaald (artikel 14).

3.8 Samenstelling Compensatie Commissie

De Compensatie Commissie dient op iedere aan haar voorgelegde aanvraag te beslissen met drie leden. In verband met mogelijke ontstentenis van leden adviseert de Commissie om ten minste vijf vaste leden te benoemen. Zij dienen personen te zijn zonder bestuurlijke verbinding met Rkk instellingen in Nederland, thans of in het verleden. Voor de hand ligt het dat de leden kennis bezitten van de vaststelling van personenschade in Nederland. Ook andere deskundigheid dan alleen juridische deskundigheid in de Compensatie Commissie, zoals psychologische of psychiatrische deskundigheid, kan evenwel gewenst zijn, met name met het oog op categorie 5 procedures.

3.9 Van uitspraak naar betaling

Een belangrijk uitgangspunt van de Regeling is dat betaling van een door de Compensatie Commissie vastgesteld compensatiebedrag daadwerkelijk zal plaatsvinden, en wel binnen zes weken na de uitspraak. Dat geldt ook voor de binnen een categorie 5 procedure toegewezen kosten van rechtsbijstand. De door de Compensatie Commissie gemaakte kosten van expertise worden in de uitspraak vermeld.

De feitelijke betaling van de compensatie en van kosten van rechtsbijstand dient te geschieden door de betrokken Rkk instelling. Deze voldoet ook de kosten van expertise aan de Compensatie Commissie. De Bisschoppenconferentie en de Konferentie van Nederlandse Religieuzen dienen te voorzien in een waarborginstantie die toeziet op tijdige betaling door de betrokken Rkk instelling en garant staat dat betaling binnen zes weken plaatsvindt.

Betaling geschiedt zonder dat van de gerechtigde tot compensatie finale kwijting ter zake van schadevergoeding wegens seksueel misbruik wordt verlangd.

De Commissie adviseert dat haar opdrachtgevers komen tot een organisatie van betaling op grond van uitspraken die adequaat op het gestelde in dit advies aansluit.

20 juni 2011

Commissie Lindenbergh