ROL OPENBAAR MINISTERIE / JUSTITIE

openbaar ministerie

Vraaggesprek met Janet ten Hoope, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in Rotterdam en landelijk portefeuillehouder zeden, en Suzanne Hensels, regionaal aanspreek-officier van justitie inzake zeden voor Dordrecht en Rotterdam.

Wat is het verschil tussen een melding en een aangifte?

'Een melding is een eerste contact met de politie over een vermoeden dat sprake is van een strafbaar feit. Bijvoorbeeld een ouder die namens een kind belt, of iemand anders die seksueel misbruik vermoedt. Een aangifte is eigenlijk de (een) officiële melding dat er vermoedelijk (echt) iets strafbaars is gebeurd. Na het doen van aangifte start formeel het opsporings- en vervolgingsproces.'

Hoe ziet het aangifte-proces eruit?

'Alle meldingen over seksueel misbruik, ook 112-meldingen, worden doorverbonden naar de speciale zedenafdeling van de politie. Meestal volgt na de melding meteen een intakegesprek met een zedenrechercheur. Hij of zij is speciaal opgeleid en gecertificeerd om verhoren af te nemen en de goede vragen te stellen. Het gaat vaak om kwetsbare personen, zoals minderjarigen. Dat vergt speciale vaardigheden. Ook het Openbaar Ministerie is vanaf het begin bij het proces betrokken. Bij zedenzaken komt het uiteindelijk vaak aan op de (gaat het vaak om) overtuiging en zeker buiten gevallen van heterdaad is het moeilijk om voldoende andere bewijzen te verzamelen. Het betreft bijna altijd 1-tegen-1. Als er sporen zijn die van belang kunnen zijn – biologische sporen, camerabeelden, computergegevens – moeten die zo snel mogelijk worden veiliggesteld.'

Wat is de impact van het doen van aangifte?

'Een aangifte heeft soms vergaande consequenties en kan erg belastend zijn. Soms wil iemand bijvoorbeeld niet dat andere mensen te weten komen wat er is gebeurd. Door aangifte te doen, kan die informatie toch naar buiten komen. Een advocaat van de tegenpartij kan bij het verhoor bij de rechter-commissaris of op de zitting vragen stellen. Dat kan heel confronterend zijn. We investeren daarom veel tijd en energie om aangevers goed te informeren en te begeleiden. Dat vergt empathisch vermogen en betrokken distantie. We willen aangevers zeker niet met wantrouwen bejegenen, maar we moeten wel kritische vragen stellen om te achterhalen wat er precies is gebeurd. Soms denkt iemand de waarheid te vertellen en dan blijkt toch dat het verhaal niet klopt. Ook als een aangifte onjuist is, kan er een heel schrijnend verhaal achter schuil gaan. Dat moeten we zorgvuldig behandelen.'

Wanneer heeft het doen van aangifte geen zin?

'Uitgangspunt is dat alle zedenzaken binnen een bepaalde periode worden afgerond. Zaken mogen met andere woorden niet te oud zijn. Hoe ouder een zaak des te lastiger het vaak is om betrouwbaar bewijsmateriaal en goede getuigenverklaringen te vinden. Technisch gesproken zijn zaken te oud als ze verjaard zijn. Die verjaringstermijn is afhankelijk van de maximumstraf die op een delict staat. Gaat het om delicten waarop meer dan tien jaar gevangenisstraf staat, dan geldt een verjaringstermijn van twintig jaar. Dat is zo bij verkrachting of het binnendringen van het lichaam van iemand jonger dan 12 jaar. Bij delicten waarop minder dan tien jaar gevangenisstraf staat, verjaart de zaak na twaalf jaar.'

'Belangrijk zijn verder de pleegdatum en de leeftijd van het slachtoffer. De verjaringstermijn gaat(n) pas lopen nadat een slachtoffer 18 jaar is geworden. Als iemand als kind is verkracht, kan hij daarvan dus nog aangifte doen totdat hij 38 jaar is.'

Zaken verjaren dus. Hoe groot is het gevaar dat daders hun straf ontlopen door zaken weg te stoppen?

'In 1994 heeft de wetgever de verjaringstermijn in dit soort zaken verlengd, juist om te voorkomen dat misbruik onbestraft blijft. De verjaringstermijn begint nu pas te lopen vanaf het moment dat iemand 18 jaar is. Een slachtoffer heeft dan nog twaalf tot twintig jaar de tijd om te kijken wat hij wil doen. Iedereen wil dat misbruik tijdig stopt en dat er tijdig recht wordt gesproken. In Amerika zeggen ze: Justice delayed is justice denied. Daarom vinden wij het ook zo belangrijk dat mensen hun verhaal doen. Niet iedereen is in staat zelf aangifte te doen. Daarom hopen we ook dat mensen in de omgeving van mogelijke slachtoffers bereid zijn om naar voren te treden. Wij hopen dat door het werk van de commissie-Samson (die onderzoek heeft gedaan naar misbruik binnen de jeugdzorg) en de commissie-Deetman (die onderzoek heeft gedaan naar het misbruik in de katholieke kerk) een taboe is verdwenen. De kring van zwijgers rond seksueel misbruik moet worden doorbroken en het liefst zo snel mogelijk. Wie niet meteen naar de politie wil, kan natuurlijk ook eerst naar een eerste hulppost in acute gevallen, of naar een huisarts of hulpverlener. In een paar plaatsen (Utrecht en Nijmegen) is nu ook een Centrum Seksueel Geweld waar slachtoffers van zedendelicten door een team van specialisten , medisch, psychische en forensisch, wordt opgevangen. Zie: www.centrumseksueelgeweld.nl. Durf te praten.'

Recentelijk heeft het parlement ingestemd met een wetsvoorstel dat de verjaring afschaft voor misdrijven waar een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar of meer op staat. Dat geldt eveneens voor ernstige zedenmisdrijven gepleegd tegen kinderen. Nu verjaren alleen de misdrijven met levenslange gevangenisstraf niet.

Verder wordt de verjaringstermijn verlengd voor misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. Die termijn wordt twintig jaar in plaats van de huidige twaalf jaar. Hieronder vallen onder meer zware mishandeling en diefstal met geweld. De nieuwe regeling gaat in op 1 januari 2013. De opheffing van de verjaringstermijn geldt straks niet alleen voor misdrijven die op of na de datum van inwerkingtreding van de wet zijn gepleegd, maar ook voor delicten die op dat moment nog niet zijn verjaard

Wanneer wordt de zaak aan een rechter voorgelegd?

'In beginsel pakt het Openbaar Ministerie alle zaken op waarin aangifte is gedaan. We hebben daarvoor ook gespecialiseerde zedenofficieren beschikbaar. Elke regio heeft daarnaast een officier die het centrale aanspreekpunt is voor zedenzaken. Zedenzaken zijn moeilijk te bewijzen, omdat het vaak om één-op-één situaties gaat. Het komt dus heel erg aan op overtuiging. Tijdens de opsporing doen we ons best om ondersteunend bewijs te verzamelen. We reconstrueren zo goed mogelijk het verhaal van de aangever door hem of haar uitgebreid te verhoren. Bij slachtoffers tussen de 4 en 12 jaar en bij slachtoffers met een verstandelijke beperking gebeurt een verhoor in speciale studio's en die verhoren worden ook opgenomen. We proberen alles te checken, tijd, plaats, tegen wie het verhaal als eerste is verteld, of een kind zich opeens anders is gaan gedragen, waar iemand is geweest. We controleren telefoongegevens, looproutes, computerbestanden … het is altijd puzzelen om een zaak rond te krijgen. Als wij ervan overtuigd zijn dat de zaak staat, leggen we hem voor aan de rechter.'

'Naarmate de tijd verstrijkt wordt het lastiger een zaak rond te krijgen. Daarom is het zo belangrijk dat iemand zijn verhaal doet. We willen er zo dicht mogelijk op zitten om actueel misbruik zo snel mogelijk te stoppen. Hoe langer iemand wacht, hoe groter de kans op een post traumatische stress stoornis én hoe groter de kans dat een zaak niet bij de rechter komt. Dat bewustzijn is belangrijk om mensen hun verhaal te laten doen. Hoe eerder, hoe beter.'

Hoe lang duurt de behandeling van een zedenzaak?

'Zedenzaken zijn niet makkelijk te bewijzen en kosten daarom vaak tijd. Soms is een zaak binnen drie maanden rond, maar vaker duurt het één tot wel twee jaar voordat de zaak bij de rechter komt. Afhankelijk van de ingewikkeldheid van een zaak schakelen we experts in van het Landelijk Expertisecentrum Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) van de KLPD. Bij het Centrum werken gespecialiseerde psychologen, orthopedagogen en rechercheurs die extra onderzoek kunnen doen. Het LEBZ wordt altijd ingeschakeld als het gaat om hervonden herinneringen en hervonden herinneringen van seksueel misbruik van voor de derde verjaardag en als sprake is van ritueel misbruik.'

Wat is de rol van het slachtofferloket?

'Slachtoffers van zware delicten worden natuurlijk eerst opgevangen door de politie als ze aangifte doen. Daar krijgen ze ook te horen dat ze hulp kunnen krijgen van Slachtofferhulp Nederland. Het OM wijst in zware zaken, zoals de meeste zedenzaken, een zaakcoördinator aan, die als taak heeft om het slachtoffer goed en snel van informatie te voorzien en bv ook bij het slachtoffergesprek met de officier van justitie aanwezig kan zijn. Het Slachtofferloket is een samenwerkingsverband van OM, politie en Slachtofferhulp Nederland (SHN). Hierbinnen vindt ook de afstemming plaats tussen de verschillende mensen van politie, OM en SHN die een rol hebben ten aanzien van het slachtoffer in een zedenzaak. Op die manier geven zij informatie over het verloop van een strafzaak en helpen bv zo nodig bij het opstellen van een slachtofferverklaring. Deze afzonderlijke en gezamenlijke inspanning van alle organisaties is heel belangrijk. We willen namelijk niet dat iemand extra wordt beschadigd door het hele (straf)proces. Goede informatie en communicatie is cruciaal.'

Zie: website slachtofferloket

Hoe kan ik (immateriële) schade vergoed krijgen?

'Een slachtoffer van een misdrijf kan zich in een strafzaak voegen als benadeelde partij. Dat betekent dat hij in het strafproces zijn schade verhaalt op de dader. Er bestaat een voorschotregeling, wat betekent dat de Staat in sommige gevallen de schadevergoeding voorschiet. Een slachtoffer hoeft dan niet zelf achter de vergoeding aan. Daarnaast bestaat het Schadefonds Geweldsmisdrijven.( www.schadefonds.nl ).Het Schadefonds geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstige fysiek of psychisch letsel en erkent zo het leed dat hen is aangedaan. Mensen moeten zich wel realiseren dat het nooit om heel grote bedragen gaat, zeker niet voor immateriële schade. Geld kan het geleden leed nooit compenseren.'

Wat voor type straffen zijn er?

'Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf betekent dat iemand de gevangenis in moet. Volgens onze richtlijn vorderen we bij ernstige zedenmisdrijven meestal gemiddeld rond de drie, vier jaar. Vaak vorderen we naast de onvoorwaardelijke straf een voorwaardelijk deel. Dat betekent dat iemand zich een bepaalde tijd aan bepaalde voorwaarden moet houden, zoals een contactverbod of een behandeling. Hoe moeilijk het voor slachtoffers ook is, wij moeten als OM rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de dader. Het strafrecht bestaat niet alleen om genoegdoening te krijgen, maar ook om recidive te voorkomen. Soms heb je dan wat dwang en drang nodig om er voor te zorgen dat een dader niet opnieuw de fout in gaat.'

'Sinds 1 januari 2012 is de wet beperking taakstraffen van kracht. Daarin staat dat in zedenzaken eigenlijk nooit meer een taakstraf mag worden gegeven en zeker niet als hoofdstraf. Een zedendelinquent kan met andere woorden nog wel een taakstraf krijgen, maar alleen in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.'

Krijg ik een advocaat toegewezen?

'Slachtoffers van zedenzaken kunnen zich wenden tot het Landelijk Advocaten Netwerk Zeden Slachtoffers ( www.lanzs.nl ) Dat is een netwerk van gespecialiseerde advocaten die ervaring hebben met de begeleiding van slachtoffers. Zij kunnen ook meer vertellen over de mogelijkheden om gefinancierde rechtsbijstand te krijgen.'

Zijn er archieven beschikbaar waar eventuele processen-verbaal zijn bewaard?

'Zaken die bij de politie of het OM terecht komen worden in principe tien jaar bewaard. Gaat het om bijzondere strafzaken, dan worden de dossiers twintig jaar bewaard. Die dossiers zijn niet meer compleet, omdat we wel moeten schonen. Alleen de dagvaarding, het proces-verbaal van de zitting, het deskundigenrapport en het vonnis worden bewaard. Het proces-verbaal van de politie zit daar dan dus niet meer bij.'

Wat kan het OM nog betekenen als een aangeklaagde niet meer strafrechtelijk kan worden vervolgd?

'Als we eerlijk zijn: niets. Weliswaar heeft het OM na een tip van de commissie-Deetman onderzoek gedaan naar een voormalige psychiatrische instelling in Heel, maar feitelijk was in die zaak niets meer te vervolgen. In beginsel doen we geen onderzoek meer als een zaak echt is verjaard.'

'Als we signalen krijgen dat een verdachte in een verjaarde zaak nog steeds werkzaam is binnen een bepaalde setting en dat mogelijk sprake is van nieuw misbruik, ondernemen we natuurlijk wel stappen. Een quickscan van een oude zaak kan altijd aanleiding zijn om actueel misbruik op te sporen.'