STRAFRECHT

strafrecht

In het strafrecht zijn bepaalde gedragingen, 'delicten', strafbaar gesteld. Alleen wat in de wet strafbaar is gesteld, kan leiden tot een strafproces. De rechter oordeelt op basis van het door het Openbaar Ministerie aangedragen bewijsmateriaal en van wat tijdens de rechtszitting door het OM, de advocaat van de verdachte, eventuele getuigen, deskundigen en de verdachte zelf te berde wordt gebracht, of de verdachte schuldig is aan een delict, of hij bestraft moet worden en hoe hoog de eventuele straf moet zijn. Aan het bewijs worden hoge eisen gesteld: om iemand zijn vrijheid te kunnen ontnemen moeten er harde bewijzen van diens schuld te zijn. Het maximum van de strafmaat is per delict in de wet geregeld.

Het strafproces dient niet in de eerste plaats om het slachtoffer genoegdoening te verlenen. Het strafrecht heeft tot doel bepaalde gedragingen, 'criminaliteit', in de samenleving tegen te gaan. Maar het slachtoffer kan wel een (beperkte) rol spelen in het strafproces.

Allereerst kan een slachtoffer, vanaf het moment van de aangifte, op zijn verzoek op de hoogte worden gehouden van het verloop van de vervolging en de strafprocedure. De politie vraagt, als het goed is, bij het doen van de aangifte aan het slachtoffer of hij daar prijs op stelt.

Het slachtoffer kan, als het een delict betreft waarvoor de maximum strafbedreiging acht jaar of hoger is, zelf een mondelinge verklaring afleggen tijdens de rechtszitting of een schriftelijke verklaring doen opnemen in het strafdossier, dat dan door de rechter tijdens de zitting kan worden voorgelezen. In die verklaring – mondeling of schriftelijk – wordt alleen toegelaten dat het slachtoffer spreekt of schrijft over wat het delict voor hem betekend heeft. Er mogen geen meningen over de verdachte worden gegeven of ideeën worden geuit over de strafsoort of strafmaat.

In het strafproces kan het slachtoffer ook een schadevergoeding eisen, die aan een (relatief laag) maximum is gebonden en die hem kan worden toegekend als hij inderdaad schade geleden heeft én de verdachte schuldig wordt bevonden.

VERJARING IN HET STRAFRECHT

Een misdrijf waarop een maximum gevangenisstraf staat van drie jaar of minder verjaart 6 jaar nadat het misdrijf is gepleegd.
Staat er meer dan drie, maar maximaal tien jaar gevangenisstraf op, dan is de verjaring 12 jaar. Een misdrijf dat bedreigd wordt met meer dan tien jaar verjaart na 20 jaar.

Bij alle misdrijven van seksueel misbruik van een minderjarige begint de verjaringstermijn pas te lopen op het moment dat het slachtoffer meerderjarig is geworden.

DE BELANGRIJKSTE RELEVANTE ARTIKELEN UIT HET WETBOEK VAN STRAFRECHT

Art.239

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft schennis van de eerbaarheid:

  1. op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd;
  2. op een andere dan onder 1° bedoelde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar;
  3. op een niet openbare plaats, indien een ander daarbij zijns ondanks tegenwoordig is.

Art. 240a

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die een afbeelding, een voorwerp of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekt, aanbiedt of vertoont aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar.

Art. 242

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Art. 244

Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Art. 245

Hij die met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Art. 246

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Art. 247

Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijk onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

Art. 248

(1...)
2. De in de artikelen 240b, 242 tot en met 247 en 248a tot en met 248e bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, een kind over wie hij het gezag uitoefent, een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte.
(3...)

Art. 248a

Hij die door giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Art. 249

  1. Hij die ontucht pleegt met zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
  2. Met dezelfde straf wordt gestraft:
    1. de ambtenaar die ontucht pleegt met een persoon aan zijn gezag onderworpen of aan zijn waakzaamheid toevertrouwd of aanbevolen;
    2. de bestuurder, arts, onderwijzer, beambte, opzichter of bediende in een gevangenis, rijksinrichting voor kinderbescherming, weeshuis, ziekenhuis, of instelling van weldadigheid, die ontucht pleegt met een persoon daarin opgenomen;
    3. degene die, werkzaam in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, ontucht pleegt met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd.